Krachtige lijnen, heldere kleuren en groteske figuren. Het expressieve werk van Henk Vierveijzer komt recht op de toeschouwer af. Het toont enigszins chaotisch, maar vertegenwoordigt een geordende chaos. Hoewel de basis spontaan ontstaat, brengt de kunstenaar weloverwogen voortdurend nuances aan, schildert hij fragmenten weg of verzacht deze totdat de chaos bedwongen is. Hierdoor behouden de werken hun spontaniteit en explosieve kracht, maar vertellen ze de toeschouwer ook hun verhaal. Een verhaal over de nietigheid van de mens, over het mooie en tegelijk ongelofelijk absurde van het leven. De kunstenaar toont met een grote dosis relativerende humor zijn levensvisie.
Henk Vierveijzer werkt vanuit wanorde. Op een leeg doek creëert hij eerst chaos door bijna gedachteloos met verf aan de slag te gaan. Zijn werkwijze kan vergeleken worden met de door de surrealisten gehanteerde ‘écriture automatique', waarbij het onbewuste zich vrij moest kunnen manifesteren. Met grote heftige bewegingen worden kleuren opgebracht waardoor spontaan verschillende beeldelementen op het doek ontstaan. Hierbij laat hij toeval een grote rol spelen. In dit stadium houdt de kunstenaar het werk expres wild en ongeordend, omdat hij daardoor in principe nog alle kanten op kan. Door afstand te nemen onderzoekt hij welke beeldelementen noodzakelijk zijn om uiteindelijk een spannend geheel over te houden. Elementen die overbodig blijken, worden weg geschilderd. Vierveijzer moet dan ook voortdurend keuzes maken, hetgeen hij ervaart als een gevaarlijke bezigheid. Originele vondsten kunnen immers in enkele penseelstreken verloren gaan. Hij wordt steeds geconfronteerd met een spanningsveld tussen het bedachtzaam selecteren van hetgeen goed of slecht is enerzijds en de spontaniteit van het schilderproces anderzijds. Uiteindelijk wordt de gemaakte chaos geordend en streeft hij naar een resultaat dat zowel spannend als herkenbaar is. Er ontstaat een gelaagd schilderij waarin een scala van mogelijkheden opgesloten zit, waarvan de kunstenaar slechts een deel laat zien.
Na lange tijd in olieverf geschilderd te hebben, gebruikt Vierveijzer in zijn recente werk weer acrylverf, zoals hij dat ook in de BKR-tijd deed. Dit schept voor hem de mogelijkheid om te experimenteren en dingen los te maken, omdat hij met dit materiaal sneller kan zoeken naar hele typische beeldelementen. Acrylverf droogt sneller dan olieverf, waardoor kleurtoetsen ook naast elkaar gezet kunnen worden en niet de kans lopen te verworden tot een kleurenbrij. De werken zijn hierdoor minder dramatisch en zwaar dan voorheen. Ze hebben een helderder kleurenpalet, zijn luchtiger, harmonieuzer en rustiger. Wat echter is gebleven, is de nadruk op de daad van het schilderen zelf, de grote expressieve kracht en de figuratieve elementen, waarmee de kunstenaar onder te brengen is bij de Nieuwe Schilderkunst. Deze stroming ontstond ruim vijfentwintig jaar geleden als reactie op de formalistische, abstracte en/of conceptuele kunstvormen uit de jaren zestig en begin jaren zeventig. Vertegen-woordigers van het ‘nieuwe schilderen' als de Duitser Anselm Kiefer en de Nederlander Alphons Freijmuth zijn inspiratiebronnen voor Vierveijzer.
Naast het werken met acryl op doek, maakt de kunstenaar de laatste twee jaar ook gouaches. Begonnen als kleine tekeningen in oliekrijt, groeiden ze uit tot complete schilderijtjes op papier. In eerste instantie voelde hij zich beperkt door het formaat. Hij werkt normaliter met grote gebaren waarbij de ‘écriture automatique' uit zijn schouder komt en niet uit zijn pols. Inmiddels zijn de gouaches echter van groot belang voor hem geworden, omdat ze hersentrainingen vormen voor de grote werken op doek. Vierveijzer beschouwt het schilderen als het oplossen van chaospuzzels. Het maken van een gouache is het oplossen van zo'n puzzel in het klein. Eerst schept hij chaos op het papier door verschillende kleuren verf aan te brengen. Hierna zoekt hij naar orde door te kijken welke figuratieve elementen daarin opgesloten zitten. Vervolgens wordt de orde benadrukt door het aangeven en naar voren halen van de figuren met krijt. Ook hier staat de kunstenaar weer voor de keuze: wat wil ik eruit halen?
De gouaches moeten niet gezien worden als voorstudies voor de grotere doeken, noch hebben ze slechts een dienende functie. Voor elk van hen geldt dat de chaospuzzel is opgelost, het schilder- en tekenproces is ergens in geresulteerd. Het zijn daarom op zichzelf staande producten die een eigen verhaaltje vertellen. Dit verhaal, dat overigens ook door de acryldoeken verteld wordt, vindt zijn oorsprong in Vierveijzers fascinatie voor de waanzinnige grootheid van het universum. Hij wordt geïnspireerd door de schijnbare wanorde die feitelijk geordend is tot in het kleinste detail. Wat hij in zijn werk wil benadrukken, is juist de kwetsbaarheid en nietigheid van de mens in dit geheel. De mens moet van zijn voetstuk gestoten worden, omdat ook wij slechts minuscule radertjes zijn in een grote geordende chaos. Het recente werk toont dan ook de betrekkelijkheid van het leven en onderstreept, aldus de kunstenaar zelf, de lulligheid van ons bestaan. Het drama van het leven, zoals dat in de vroegere olieverfdoeken getoond werd in zwaarwichtige thema's als dood, geweld, agressiviteit, kwetsbaarheid, hunkering, hartstocht en angst, is nog wel aanwezig, maar wordt op andere wijze gebracht. De werken zijn helderder en luchtiger en moeten meer gezien worden als een glimlach of knipoog. De kunstenaar relativeert door middel van een heel eigen prikkelende humor die met name in de titels tot uitdrukking komt. Hij relativeert zoals hij ook zijn schilderen en zichzelf relativeert: “ik ben toch gewoon een plaatjesmaker?”
Elleke Jansen, Kunsthistorica
|